vraag & antwoord
Hoe kies ik de juiste samenwerkingsvorm met andere organisaties?
Je wilt met andere organisaties iets bereiken wat geen van jullie alleen voor elkaar krijgt. Het doel is helder genoeg om enthousiast van te worden, maar de inrichting niet. Volstaat een los netwerk waarin partijen kennis delen? Moeten er contractuele afspraken komen over inzet, geld en resultaat? Of vraagt de opgave om een intensieve alliantie waarin je samen beslist en risico's deelt? Wie hier te snel kiest, betaalt later de rekening in vergaderuren, onduidelijke verantwoordelijkheden en teleurgestelde partners.
Een samenwerkingsvorm is de manier waarop organisaties hun onderlinge relatie organiseren: hoe zwaar de afspraken zijn, hoe besluiten worden genomen, wie wat inbrengt en hoe je weer uit elkaar kunt. De vorm loopt van licht en vrijblijvend (een netwerk of platform) via afspraken op basis van contracten (keten, uitbesteding, gemeenschappelijke regeling) tot zwaar en verbindend (een alliantie, joint venture of gezamenlijke rechtspersoon).
De juiste samenwerkingsvorm kies je door drie zaken tegen elkaar af te zetten: het doel en de mate waarin partijen elkaar daarvoor echt nodig hebben, het aantal en de aard van de betrokken partijen, en de onzekerheid rond de opgave. Hoe groter de wederzijdse afhankelijkheid en hoe concreter het gezamenlijke resultaat, hoe meer een verbindende vorm met heldere spelregels past. Hoe meer partijen en hoe opener de opgave, hoe eerder een netwerkachtige vorm past. Contractuele afspraken passen wanneer je goed kunt beschrijven wat de ene partij voor de andere levert. De vuistregel: kies de lichtste vorm die het doel nog draagt, en leg de spelregels vast voordat de eerste tegenslag komt.
Boek bekijken
Welke samenwerkingsvormen tussen organisaties zijn er?
In de praktijk zie je vier hoofdvormen, oplopend in verbindendheid. Een netwerk is een verband van partijen rond een gedeeld thema, waarin deelname vrijwillig is en niemand de baas is. Een keten of contractuele samenwerking regelt wie wat levert aan wie, met afspraken over kwaliteit, prijs, doorlooptijd en verantwoordelijkheden. Een alliantie of partnership is een gelijkwaardige samenwerking waarin partijen gezamenlijk besluiten, middelen inbrengen en risico's delen. Een gezamenlijke rechtsvorm, zoals een coöperatie, joint venture of gemeenschappelijke regeling, is de meest formele variant en creëert een eigen juridische entiteit.
Deze vormen zijn geen trap die je automatisch beklimt. Een netwerk kan jaren goed functioneren zonder ooit een alliantie te worden. Andersom kan een alliantie te zwaar zijn voor een opgave waar partijen vooral van elkaar willen leren. Wie netwerken 'zelforganisatie' noemt, onderschat overigens wat ze vragen. In Organiseren in en met netwerken stellen Kaats, Linck en Willems dat netwerken wel degelijk organiseerbaar zijn en om bouwstenen vragen: een sterke identiteit, betrokken actoren, betekenisvolle ambities en passende spelregels.
SPOTLIGHT: Edwin Kaats
Boek bekijken
Boek bekijken
Aan het andere uiteinde van het spectrum staat de alliantie. Tjemkes en Vos werken in Samen werken, samen winnen het alliantiemodel uit voor publiek-private samenwerking: partijen nemen gezamenlijk besluiten, ontwikkelen samen plannen, brengen middelen in en zijn samen verantwoordelijk voor het resultaat. Dat is een zware vorm, die alleen loont als partijen elkaar echt nodig hebben en bereid zijn een deel van hun autonomie op te geven. Voor kleinere ondernemingen en beroepsbeoefenaren die de samenwerking juridisch willen vormgeven, biedt Huizink in Contractuele samenwerkingsvormen in beroep en bedrijf het overzicht van maatschap, vennootschap onder firma en commanditaire vennootschap.
Boek bekijken
Boek bekijken
Waar hangt de keuze voor een samenwerkingsvorm van af?
Vijf criteria helpen om de vorm te bepalen. Loop ze eerlijk door, liefst samen met de beoogde partners.
1. Doel en wederzijdse afhankelijkheid. Willen partijen vooral kennis delen en elkaar informeren, of moet er een concreet gezamenlijk resultaat komen dat geen van hen alleen kan leveren? Bij het eerste past een netwerk, bij het tweede een keten of alliantie.
2. Aantal en aard van de partijen. Met twee tot vijf partijen kun je intensieve afspraken maken en gezamenlijk besluiten. Met vijftien partijen wordt dat onwerkbaar en past een netwerk met een lichte kern of een platform met duidelijke spelregels beter. Ook de aard telt: overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties spreken een andere taal en kennen andere verantwoordingslijnen.
3. Onzekerheid van de opgave. Kun je vooraf beschrijven wat er geleverd moet worden? Dan is een contract een goed instrument. Weet je waar je heen wilt maar niet waar je uitkomt, dan zijn dichtgetimmerde contracten eerder een blok aan het been en heb je een vorm nodig waarin je onderweg kunt bijsturen.
4. Sturing en besluitvorming. Wie hakt knopen door als partijen het niet eens zijn? Een netwerk kent geen formele beslissingsmacht, een alliantie vraagt om een gezamenlijk besluitvormingsorgaan, een contract regelt het via de opdrachtgever.
5. Juridische, fiscale en democratische randvoorwaarden. Gemeenten die samenwerken, hebben te maken met de Wet gemeenschappelijke regelingen en met de vraag hoe de gemeenteraad zijn controlerende rol houdt. Non-profitorganisaties lopen tegen fiscale gevolgen aan. Dit zijn geen details voor later, ze bepalen mede welke vorm haalbaar is.
Het onderstaande artikel laat zien hoe deze afweging speelt bij complexe maatschappelijke opgaven, waar de veelheid aan partijen, rollen en motieven de kern van het vraagstuk is. Het bespreekt onder meer de herziene editie van Leren samenwerken van Kaats en Opheij, het standaardwerk over allianties, netwerken, ketens en partnerships.
Boek bekijken
Boek bekijken
Hoe kies je stap voor stap de passende samenwerkingsvorm?
Een goede keuze ontstaat niet aan de tekentafel van één organisatie, maar in gesprek met de beoogde partners. Dit stappenplan helpt om dat gesprek te structureren.
- Formuleer de opgave scherp. Beschrijf welk probleem of welke kans je samen wilt aanpakken en waarom je dat niet alleen kunt. Als partijen hier al verschillende beelden hebben, is elke vorm te vroeg.
- Breng partijen, belangen en motieven in kaart. Wie moet meedoen, wie wil meedoen en waarom? Onderscheid gedeelde belangen, verenigbare belangen en tegengestelde belangen. Benoem ook wie er niet bij hoeft te zijn.
- Bepaal de mate van afhankelijkheid en onzekerheid. Kun je het resultaat vooraf beschrijven of ontdek je het onderweg? Hoe hard heb je elkaar nodig? Dit bepaalt of je richting netwerk, contract of alliantie beweegt.
- Kies voorlopig de lichtste vorm die het doel draagt. Zwaarder kan altijd nog. Een netwerk dat na een jaar toe is aan een alliantie is gezonder dan een alliantie die na een jaar blijkt te zwaar te zijn.
- Leg de spelregels vast. Wie beslist, wie brengt wat in, hoe verdeel je kosten en opbrengsten, hoe ga je om met conflicten en hoe stap je uit? Doe dit vóór de eerste tegenslag, niet erna.
- Regel governance en legitimatie. Zorg dat achterbannen, raden van toezicht of gemeenteraden weten wat er is afgesproken en hoe ze kunnen bijsturen.
- Plan een evaluatiemoment. Spreek af wanneer je de vorm zelf tegen het licht houdt. Een samenwerkingsvorm is een middel, geen monument.
De eerste stappen zijn vaak het meest onderschat. Jaap Walter noemt deze beginfase in Het Voorspel de inceptiefase: partijen moeten het eens worden of zij samen een probleem of kans kunnen omzetten in iets concreets, voordat er over vorm en afspraken wordt gesproken.
Boek bekijken
Boek bekijken
Wanneer past ketensamenwerking en wanneer een alliantie?
Ketensamenwerking en allianties worden vaak door elkaar gebruikt, maar ze vragen iets anders. In een keten werken organisaties achter elkaar aan één proces voor een klant, cliënt of burger: de een levert aan de ander. De samenwerking draait om afstemming, overdracht en sturing op het geheel. De verhoudingen zijn niet per se gelijkwaardig en dat hoeft ook niet. Verhagen en Geelen laten in Organisaties die wél (samen)werken zien dat ketensturing een andere inrichting en een afweging van belangen vraagt, vanuit het perspectief van de klant.
Een alliantie is horizontaal: partijen brengen ieder iets in en delen risico en resultaat. Dat past wanneer het gezamenlijke doel niet in stukken te knippen is die je aan afzonderlijke partijen kunt toewijzen. Het onderscheid is niet academisch. Entken en Goedee benadrukken in Samenwerken en regisseren waarom het voor organisaties én cliënten van belang is om verschillende ketensamenwerkingsvormen van elkaar te onderscheiden. Een verkeerde typering leidt tot verkeerde verwachtingen over wie stuurt en wie levert.
Boek bekijken
Boek bekijken
Welke valkuilen maak je bij het kiezen van een samenwerkingsvorm?
Te snel naar de vorm. Partijen kiezen een stichting of convenant voordat ze het eens zijn over de opgave. De vorm wordt dan een schijnzekerheid die het echte gesprek uitstelt.
Te zwaar optuigen. Een alliantie met stuurgroep, projectbureau en gezamenlijke begroting voor iets wat drie partijen ook in een halfjaarlijks overleg hadden kunnen regelen. De overheadkosten vreten het voordeel op.
Te licht laten. Een netwerk zonder spelregels, leiderschap of afspraken over inzet wordt een praatclub. Het lijkt vrijblijvend, maar de frustratie over uitblijvende resultaten is heel concreet.
Eigen belang boven het gezamenlijke doel. Bannink en Bosselaar laten in Het probleem samenwerken zien dat samenwerkingsverbanden niet zelden stuklopen omdat partijen niet over hun eigen schaduw heen springen. Zij stellen dat het welhaast onvermijdelijk is dat samenwerking niet het ultieme gezamenlijke resultaat oplevert, en juist die nuchterheid helpt om realistische verwachtingen af te spreken.
Geen gemeenschappelijke taal. Als de ene partij 'partnership' zegt en een leveranciersrelatie bedoelt, en de ander een gelijkwaardige alliantie voor ogen heeft, zijn de afspraken boterzacht voordat ze zijn ondertekend. Martijn Daalder wijst hier in onderstaand interview nadrukkelijk op.
Boek bekijken
Wat is het verschil voor beginners, ervaren managers en specialisten?
Wie voor het eerst een samenwerking opzet, heeft vooral een helder begrippenkader nodig: wat is een netwerk, wat een keten, wat een alliantie, en wat vraagt elk van die vormen? Begin met de definities en het stappenplan hierboven en investeer in de beginfase met de partners.
Ervaren managers en bestuurders herkennen de vormen wel, maar worstelen vaker met de tussenvragen: hoe organiseer je sturing zonder baas, hoe houd je de achterban aangehaakt, wanneer schaal je van netwerk op naar alliantie? Voor hen is de literatuur over netwerkleiderschap en samensturen het meest waardevol.
Specialisten, zoals juristen, fiscalisten en ambtenaren in het lokaal bestuur, hebben behoefte aan de formele kant: welke rechtsvorm past, hoe zit het met democratische legitimatie bij gemeenschappelijke regelingen en welke fiscale gevolgen kleven aan een samenwerkingsverband? Hageman biedt in Samenwerken met de Wet gemeenschappelijke regelingen daarvoor een actueel hulpmiddel voor gemeentelijke samenwerking.
Wie daarna verder wil, vindt in de bundel Ondernemen in allianties en netwerken onder redactie van Jaap Boonstra meer dan dertig auteurs die de dynamiek van samenwerking tussen organisaties belichten, met een overzicht van succesvoorwaarden en paradoxen bij het formeren, functioneren en transformeren van allianties en netwerken.
Boek bekijken
Boek bekijken
Samenvatting
De juiste samenwerkingsvorm kies je op basis van doel, wederzijdse afhankelijkheid, aantal en aard van de partijen, onzekerheid van de opgave en de juridische randvoorwaarden. Een netwerk past bij veel partijen en een open thema, een contract of keten bij goed beschrijfbare leveringen, een alliantie bij een gezamenlijk resultaat dat niemand alleen kan leveren en waarvoor partijen risico willen delen. Kies de lichtste vorm die het doel draagt, spreek een gemeenschappelijke taal af, leg de spelregels vast voordat het spannend wordt en plan een moment om de vorm zelf te evalueren.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een netwerk en een alliantie?
In een netwerk verbinden partijen zich vrijwillig rond een gedeeld thema, zonder formele beslissingsmacht. In een alliantie besluiten partijen gezamenlijk, brengen ze middelen in en delen ze risico's en resultaten. Een alliantie is dus verbindender en zwaarder.
Wanneer zijn contractuele afspraken voldoende?
Wanneer je vooraf goed kunt beschrijven wat de ene partij voor de andere levert: kwaliteit, prijs, doorlooptijd en verantwoordelijkheden. Bij open opgaven waarvan de uitkomst onderweg ontstaat, zijn contracten alleen te star.
Hoeveel partijen kun je in een intensieve samenwerking betrekken?
Er is geen hard getal, maar gezamenlijke besluitvorming wordt met meer dan een handvol partijen snel stroperig. Bij veel partijen past een netwerk met een kleine, verbindende kern beter dan een alliantie met iedereen aan tafel.
Kun je van vorm veranderen als de samenwerking loopt?
Ja, en dat is vaak verstandig. Begin licht en groei naar een zwaardere vorm als de opgave en het vertrouwen dat vragen. Spreek vooraf af wanneer je de vorm evalueert.
Moet je voor een samenwerking altijd een aparte rechtspersoon oprichten?
Nee. Een stichting, coöperatie of gemeenschappelijke regeling is alleen nodig als partijen gezamenlijk eigendom, personeel of aansprakelijkheid moeten dragen. Voor veel samenwerkingen volstaan een convenant of overeenkomst.
Waarom mislukken veel samenwerkingsverbanden?
Vaak omdat partijen te snel naar een vorm springen zonder het eens te zijn over de opgave, omdat spelregels ontbreken of omdat het eigen belang uiteindelijk zwaarder weegt dan het gezamenlijke doel.
Conclusie
De vraag 'netwerk, contract of alliantie?' laat zich niet beantwoorden vanuit een voorkeur voor de ene of de andere vorm. Het antwoord zit in de opgave zelf en in de partijen die haar dragen. Wie eerst scherp krijgt wat er samen bereikt moet worden en hoe hard men elkaar daarvoor nodig heeft, ziet de passende vorm meestal vanzelf opdoemen. Begin licht, spreek dezelfde taal, leg de spelregels vast voordat de eerste tegenslag komt en houd de vorm zelf regelmatig tegen het licht. Nodig de beoogde partners uit voor dat gesprek, gebruik het stappenplan op deze pagina als agenda en pak een van de genoemde boeken erbij om de eigen situatie te toetsen. Zo wordt de samenwerkingsvorm geen keurslijf, maar een instrument dat het gezamenlijke doel dichterbij brengt.
Verantwoording
Het doel van deze pagina is om vakkennis (m.n. boeken) aan te bevelen die het beste passen bij deze vraag. Managementboek verdiept zich al meer dan 30 jaar in vakliteratuur en gebruikt nu ook AI om de opgebouwde kennis op een relevante en persoonlijke manier uit te serveren. Je kan ook jouw vraag stellen op managementboek.nl/oplossing en wij voegen deze binnen 1 dag toe.
Gerelateerde vragen
- Hoe werkt een organisatienetwerk en wanneer pas je het toe?
- Hoe ontwikkel ik een effectieve bedrijfsstrategie?
- Wat is Design Thinking en wanneer zet je het in?
- Hoe ontwikkel ik een effectieve langetermijnstrategie voor mijn organisatie?
- Wat zijn de sleutelelementen van effectief strategisch management?
- Hoe houd ik mijn strategie relevant als omstandigheden snel veranderen?